Het is een waar plezier om samen te werken met een populier
De populier is een snelle boom die van volle zon houdt. Ik werk graag met de Canadese populier. Een hybride die is geselecteerd voor snelle en recht opgaande groei. Als ze uit blad zijn kun je ze makkelijk stekken.
Ik plant een populier samen op de vierkante meter met bijvoorbeeld een walnoot, kiwibes, vlier, aalbes, aardbei, mais en aardappel. Want soorten met een verschillende levenscyclus en een verschillende lichtbehoefte gedijen bij elkaar.
Ik snoei de populier drie keer per jaar. In juni de zijtakken tot een stuk boven de hoogte van de vruchtboom ernaast, en uitdunnen van de kroon. Twee maanden later in augustus opnieuw. En in de winter top ik de populier een stuk boven de hoogte van de vruchtboom. Zo zorg ik dat de soorten onder de populier een deel gefilterd zonlicht ontvangen. En er is meer luchtvochtigheid en luwte.
De bladeren en het hout hak ik in stukken en leg ik op de bodem rondom de vruchtboom. Ik maak een ‘lasagne’ van grof naar fijn organisch materiaal, waarbij het hout direct contact heeft met de bodem en wordt afgedekt met takjes en bladeren. Dit is tafeltje dekje voor het hongerige bodemleven in de warme maanden.
Een populier die regelmatig gesnoeid of begraasd wordt (vroeger door megafauna) heeft meer levenslust en groeikracht dan een populier die ‘met rust’ wordt gelaten. Korte snoei rotatie van populier stimuleert ook mycorrhiza. Mark Krawczyk heeft hier een interessant boek over geschreven; Coppice Agroforestry.
Populieren leven langer door zulke verstoringen. Toch zaag ik ze na 6 tot 8 jaar om als de walnoot groter is en behoefte heeft aan meer licht. Dat geeft mooie stammetjes om oesterzammen of populierenleemhoed op te enten.
Wil je leren hoe je zulke dynamische voedselbos of agroforestry systemen creëert? En wat je kan doen om daar de vruchtbaarheid, productiviteit en levendigheid alsmaar te laten toenemen? In november organiseer ik een driedaagse cursus syntropische landbouw met Steven Werner, een vroege leerling van Ernst Götsch. Dan gaan we ook met populieren aan de slag